Terug naar top

FEBEV: Extra controles in slachthuizen zijn ‘window dressing’

 

FEBEV: Extra controles in slachthuizen zijn ‘window dressing’

Een lacune in de wetgeving zorgt ervoor dat de slachthuissector zeer kwetsbaar blijft voor inbreuken op vlak van dierenwelzijn. Dat zegt de Federatie van het Belgisch Vlees (FEBEV). “Alle initiatieven die dierenwelzijnsminister Ben Weyts vandaag neemt, zijn niets anders dan ‘window dressing’ zolang de wetgeving niet wordt aangepast”, klinkt het.

De slachthuissector kampte de afgelopen jaren met heel wat negatieve media-aandacht als het gaat om dierenwelzijn. “Aan de hand van de parlementaire vragen die als gevolg daarvan zijn gekomen, hebben we gemerkt dat heel wat mensen geen duidelijk beeld hebben van de organisatie van het toezicht op dierenwelzijn in de slachthuizen. Dat leidt tot onbegrip over wat er in de media komt”, legt Michael Gore uit, gedelegeerd bestuurder van FEBEV. 

Hij besloot de wetgeving uit te pluizen om alles op een rijtje te zetten en kwam tot een opmerkelijke vaststelling. “Sinds de regionalisering is er een vacuüm opgetreden op het niveau van de bevoegdheden. Dit maakt het voor de betrokken dierenartsen die controles uitvoeren in de slachthuizen onmogelijk om ter plekke de gepaste maatregelen te nemen in het kader van dierenwelzijn. Deze dierenartsen, die in opdracht van het federaal Voedselagentschap werken, kunnen inbreuken op dierenwelzijn dus enkel vaststellen en niet aanpakken”, aldus Gore. 


Dierenartsen met opdracht 

In alle Belgische slachthuizen is, een half uur voor de start van de slachtactiviteiten tot wanneer het laatste dier bedwelmd en gekeeld wordt, een zogenaamde ‘Dierenarts Met Opdracht’ aanwezig om controle uit te oefenen. Het gaat daarbij zowel om een sanitaire controle als een controle op het dierenwelzijn. Deze dierenartsen die aangesteld zijn door het FAVV kunnen wettelijk enkel tussenkomen als het dier een gevaar is voor de volksgezondheid. Zij kunnen dan bijvoorbeeld beslissen om het dier uit de voedselketen te weren. 

“Bij inbreuken op het dierenwelzijn kunnen deze FAVV-dierenartsen enkel vaststellingen doen. Zij noteren alle gegevens op informatieformulieren en die worden doorgestuurd naar de Vlaamse Dienst voor Dierenwelzijn. Daar duurt het vaak weken vooraleer er met de klacht iets wordt gedaan”, beweert Michael Gore. 

De Dienst Dierenwelzijn bevestigt dat het deze informatieformulieren ontvangt en registreert in een databank. “Afhankelijk van de vastgestelde inbreuk wordt een waarschuwing of een proces-verbaal opgesteld tegen de overtreder. Dat kan zowel het slachthuis, de vervoerder of de veehouder zijn”, legt woordvoerder Brigitte Borgmans uit. Een vaste behandelingstermijn van deze informatiefiches is er volgens haar niet. 


Openbaarheid van bestuur 

FEBEV hekelt de manier waarop deze gegevens bijgehouden worden. “Die worden per slachthuis verzameld en zo lijkt het of onze sector de schuldige is, terwijl de vastgestelde inbreuken op dierenwelzijn in de grote meerderheid van de gevallen terug te brengen zijn tot de transporteur of de veehouder. Op die manier wordt het wel heel eenvoudig voor dierenrechtenorganisaties om de gegevens op te vragen bij de Dienst Dierenwelzijn en gericht slachthuizen te gaan viseren”, meent de gedelegeerd bestuurder van de organisatie. “De registratie doet zich nu eenmaal voor op één punt, waar de controle het eenvoudigst te organiseren is, en continu toezicht aanwezig is.” 

Hij kan zich niet van de indruk ontdoen dat deze aanvallen op de slachthuizen door dierenrechtenorganisaties zeer doelbewust en systematisch gebeuren. “Als de informatieformulieren worden opgevraagd van bepaalde slachthuizen bij de Dienst Dierenwelzijn, dan zien wij enige tijd later dat bij die slachthuizen undercoverbeelden worden gemaakt. En op het moment dat die beelden naar buiten worden gebracht, staat de minister klaar met een boodschap die geënt is op dierenwelzijn”, stelt Michael Gore. 

De Dienst Dierenwelzijn erkent dat er in het kader van openbaarheid van bestuur inderdaad informatie over de vaststellingen van de dierenartsen met opdracht wordt opgevraagd door burgers en dierenrechtenorganisaties. “Wij zijn verplicht die gegevens te bezorgen, met uitzondering van de afwijkingen die zijn voorzien in bijvoorbeeld de privacywetgeving”, aldus de woordvoerder. Zij benadrukt dat de minister niet op de hoogte wordt gesteld van dergelijke informatievragen. Dat wordt ook bevestigd door het kabinet Weyts. 


Dweilen met de kraan open

De slachthuissector hekelt het feit dat door een hiaat in de wetgeving de slachthuizen telkens geviseerd worden. “Want vergeet niet, die acties hebben een enorme impact voor de betrokken slachthuizen. Bij elke nieuwe beelden die opduiken, zijn er retailers die hun contracten opzeggen. Onze sector heeft de laatste jaren nochtans enorme inspanningen geleverd op vlak van dierenwelzijn. Maar zolang er niet ‘on the spot’ kan opgetreden worden tegen dierenwelzijnsinbreuken, blijft het dweilen met de kraan open. Wij vragen dat deze lacune in de wetgeving op een correcte en pragmatische manier weggewerkt wordt”, legt Gore uit. 

Hij gelooft niet dat dit kan door de extra controles op dierenwelzijn door Vlaamse dierenartsen met opdracht die minister Weyts heeft aangekondigd. In september maakte de minister bekend dat hij 3 miljoen euro voorziet om 25 Vlaamse dierenartsen op zelfstandige basis controles te laten uitoefenen. In tegenstelling tot die FAVV-dierenartsen met opdracht moeten zij zich enkel concentreren op dierenwelzijn en blijven zij maximaal 3 uur ter plaatste in een slachthuis. 

“Dit is enkel ‘window dressing’ want het probleem blijft bestaan: ook zij zullen enkel de inbreuken kunnen vaststellen en er niet tegen kunnen optreden”, klinkt het bij FEBEV. “Bovendien is het een verspilling van middelen, want de vaststellingen gebeuren vandaag al door de federale FAVV-dierenarts met opdracht.” 


Ingrijpen wel mogelijk 

Minister Weyts ontkent dat de dierenartsen met opdracht niet ter plekke kunnen ingrijpen. “Zij kunnen bijvoorbeeld de slachtlijn stilleggen als er een inbreuk wordt vastgesteld of eisen dat een dier ter plekke wordt gedood, een dier water geven of als sommige mensen te hardhandig zijn met de dieren, daar een opmerking over geven”, stelt zijn woordvoerder Michaël Devoldere. Bovendien worden er volgens hem pv's opgemaakt wanneer transporteurs of veehouders niet-transportwaardige dieren naar de slachthuizen vervoeren.

FEBEV verwijst in dat kader naar een protocol dat bij de regionalisering van de bevoegdheid dierenwelzijn werd afgesloten tussen het federale Voedselagentschap en de verschillende gewesten van ons land. Daarin staat letterlijk dat dat dierenartsen van het FAVV enkel waarnemingen kunnen doen bij dierenwelzijnsinbreuken. “Als een FAVV-dierenarts een slachtlijn zou laten stilleggen bij overtredingen tegenover de dierenwelzijnswet, dan treedt hij buiten zijn bevoegdheid”, meent Michael Gore. 

Over de bevoegdheden van de Vlaamse dierenartsen is volgens hem op dit moment niet duidelijk. “We hebben geen weet van inhoudelijke afspraken over hoe die controles op Vlaams niveau uitgevoerd zullen worden. Ook de dierenartsenverenigingen hebben ons laten weten dat dit nog onduidelijk is”, aldus nog Gore. 
 

Middelen efficiënt aanwenden 

FEBEV vraagt dat de beschikbare middelen efficiënt worden aangewend. “Vanuit dierenwelzijnsperspectief zijn de dierenartsen die in opdracht werken van het FAVV de juiste personen om vaststellingen op vlak van dierenwelzijn te doen. In tegenstelling tot de Vlaamse dierenartsen met opdracht zijn zij ook de enigen die gedurende heel het aanleverproces van de dieren aanwezig zijn.” Daarnaast vraagt de federatie ook dat transporteurs en producenten die niet-transportwaardige dieren vervoeren, daar substantieel voor gesanctioneerd worden indien sensibilisering geen effect heeft. 

Volgens de Dienst Dierenwelzijn hebben de Vlaamse dierenartsen met opdracht wel een duidelijke meerwaarde tegenover de federale dierenartsen die de keuring doen in slachthuizen. “De FAVV-dierenartsen houden toezicht op het volledige slachtproces, waarvan de aanvoer, het drijven en het slachten van de dieren slechts een beperkt deel uitmaakt. De Vlaamse dierenartsen zullen zich enkel bezighouden op dit laatste deel zodat ze hun volle aandacht op het dierenwelzijn kunnen richten. De inzet van deze Vlaamse dierenartsen met opdracht verhoogt dan ook het toezicht op het dierenwelzijn in slachthuizen”, aldus Brigitte Borgmans. 

Zij bevestigt dat de inbreuken die de Vlaamse dierenartsen met opdracht vaststellen op dezelfde manier zullen behandeld worden als de inbreuken die vastgesteld worden door de FAVV-dierenartsen. De woordvoerder voegt er nog aan toe dat de inspectiedienst Dierenwelzijn sowieso ook onaangekondigde inspecties uitvoert in de slachthuizen in Vlaanderen. 


Ook onvrede bij dierenartsen 

Ook bij dierenartsenverenigingen IVDB en VDV is er onvrede over het voornemen van de dierenwelzijnsminister om Vlaamse dierenartsen met opdracht in te schakelen voor bijkomende controles op dierenwelzijn. “Meer controle op dierenwelzijn in de slachthuizen vinden wij  absoluut een goed idee, maar de organisatie ervan loopt mank en getuigt van veel haastwerk. Bovendien worden wij als vertegenwoordigers van de dierenartsen, die de controles tenslotte moeten uitvoeren, helemaal niet gehoord en betrokken”, zegt Chris Landuyt, vertegenwoordiger van IVDB en VDV. 

De dierenartsen stellen zich ook vragen bij  het samenwerken van twee dierenartsen voor dezelfde controles in de slachthuizen. “Zij zullen vlot moeten samenwerken op het terrein. Daarom is overleg tussen het Voedselagentschap en de Dienst Dierenwelzijn cruciaal”, meent Landuyt. 

Hij is wel lovend over de opleiding die deze Vlaamse dierenartsen moesten volgen bij de UGent. “Voor het theoretische opleidingstraject heb ik niets dan lof, maar waar oorspronkelijk was voorzien in een praktijkopleiding in de slachthuizen, is die door het coronavirus niet kunnen doorgaan. Dat betekent dat heel wat Vlaamse dierenartsen in opdracht onvoldoende voorbereid zullen moeten starten, want ruim de helft van de dierenartsen heeft geen enkele affiniteit of ervaring met slachthuizen”, luidt het. 

Tot slot vragen de dierenartsen zich ook op hoe minister Weyts de op til zijnde wijzigingen aan de federale wetgeving gaat opvangen. “Vanaf volgend jaar voorziet het FAVV een hervorming van de retributies in de slachthuizen. Daardoor zal een dierenarts van het FAVV enkel nog aanwezig zijn terwijl de dieren worden aangevoerd. Eens alle dieren binnen zijn, zit zijn taak erop. Dat is vandaag niet het geval. De FAVV-dierenarts blijft nu tijdens het hele slachtproces aanwezig om een oogje in het zeil te houden op vlak van dierenwelzijn. De Vlaamse dierenartsen blijven maximaal 3 uur in een slachthuis. Wij vragen ons af hoe de minister die hiaten gaat opvullen”, besluit Chris Landuyt.

 

Bron: VILT

In de kijker

Webinar “Preventie en welzijn op het werk : Wat met de Social Distancing maatregelen”

Liantis en FEBEV organiseren samen een webinar met betrekking tot de regels die er reeds zijn en moe...

Aangemaakt op 04-11-2020

FEBEV: Extra controles in slachthuizen zijn ‘window dressing’

Een lacune in de wetgeving zorgt ervoor dat de slachthuissector zeer kwetsbaar blijft voor inbreuken...

Aangemaakt op 14-10-2020

“ER IS NIKS MIS MET HET CONSUMEREN VAN VLEES”

Uit de nieuwe cijfers van FAO, de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN, bleek afgelopen zomer d...

Aangemaakt op 25-09-2020

Persbericht FEBEV: Alimento plaatst de KMO-bonus in de kijker op ledenevent Febev

ALIMENTO presenteert de KMO-bonus aan de leden van FEBEV.

Aangemaakt op 07-02-2020

Onze partners

© 2020 - Federatie van het Belgisch Vlees vzw |  Disclaimer